POLO ESSENTIALS: de sport van A tot Z

Polo wordt gespeeld met twee teams van 4 spelers op een veld 270m bij 180m (ongeveer 5 voetbalvelden groot). Het doel van een team is de bal over de lijn tussen de doelpalen van het door het andere team verdedigde goal te laten passeren. Hieronder een aantal belangrijke begrippen over de polosport op een rijtje:

Adolfo Cambiaso is een fenomeen in de polosport en de meest getalenteerde polospeler ooit. Wat Muhammad Ali voor het boxen was en Maradonna of Messi voor het  voetbal, dat is Cambiaso voor de polosport.

Binnen een team is nummer 1 de aanvaller en gaat voor de goals, daarbij ondersteund door nummer 2. Nummer 3 is de spelverdeler, de spil tussen aanval en verdediging. Nummer 4 is de verdediger. Er is geen keeper. Het niveau van polo spelers wordt net als bij de golfsport vastgesteld met een handicap, dit varieert van -2 tot 10 waarbij de ‘10-goalers’ tot de besten in de wereld behoren.

De Engelsen verspreidden polo naar andere landen, waaronder Argentinië, waar de sport razend populair werd onder het grote aantal boeren dat paarden had. In Nederland wordt sinds de jaren negentig polo gespeeld.

Goalpalen staan 8 yards (7,32 meter) uit elkaar en moeten om kunnen vallen als men er tegenaan rijdt.

In tegenstelling tot dressuur- en springpaarden worden polopaarden altijd in groepsverband getraind zodat ze sociaal zijn en blijven. Hoewel ze altijd en overal pony’s genoemd worden, zijn het wel degelijk paarden.

King of sports, sport of Kings: polo is één van de oudste balsporten. De eerste gedocumenteerde wedstrijd werd rond 600 voor Christus gespeeld tussen adel en Koninklijke familieleden van Turkomanen en Perzen. Vandaar dat polo ook wel ‘the Sport of Kings’ wordt genoemd.

Mallet is de benaming van de stick waarmee geslagen wordt. Deze is meestal gemaakt van een bamboeschacht met een kop van hardhout. Er wordt geslagen met de brede kant van de kop. In polo is het toegestaan om de slag van de tegenspeler te verhinderen door de mallet in de slag van de tegenstander te houden (dit noemt men ‘hook’) of de mallet van de tegenstander weg te slaan.

Nearside is de linkerkant van de pony, offside is de rechterkant van de pony. Polo kent 14 verschillende swings of slagen, de bal kan aan beiden zijden van het paard achter- of voorwaarts geslagen worden.

Penalties of fouls. Als er een overtreding (foul) is begaan wordt er een vrije slag toegekend. De plaats en afstand tot de goal van de vrije slag wordt bepaald aan de hand van de plaats en de ernst van de overtreding.

Sudden death. Indien een wedstrijd door gelijk spel onbeslist is kan een additionele chukka gespeeld worden, waarbij de eerste goal de winnaar bepaalt.

Treading in: tijdens de rust betreden de toeschouwers het veld om de omgewoelde plaggen weer op de plaats te brengen zodat het veld weer snel in goede staat gebracht wordt.

Umpire is de naam voor scheidsrechter tijdens een polo wedstrijd. Bij normale wedstrijden wordt er gebruikt gemaakt van één scheidsrechter, bij belangrijke (finale) wedstrijden zijn dit er twee. Umpires in het veld zijn altijd te paard (mounted), de referee is de derde man buiten het veld en heeft het beslissende woord bij een dispuut in de wedstrijd. Achter de goals staan goaljudges die met vlaggen aangeven of er gescoord is.

Witte polo ballen worden gebruikt op gras en zijn gemaakt van plastic of hout. Polo wordt ook gespeeld op het strand, in de sneeuw of in een arena. Teams bestaan dan uit 3 spelers per team en de bal is groter. Bij het spelen op sneeuw heeft de bal uiteraard een andere kleur dan wit…

Zeven minuten zuivere speeltijd in een Chukka wil zeggen dat als de scheidsrechter fluit, de tijd wordt stilgezet totdat het spel weer hervat wordt. De bel gaat dertig seconden voor het einde van de chukka als waarschuwing en aan het einde als eindsignaal. Wedstrijden zijn verdeeld in vier of meer chukka’s (spelgedeelten).

2017-03-27T19:08:48+00:00
Deel ons
Deel ons niet