Robert is en ademt polo. In november vertrekt hij steevast naar zijn tweede thuis in Argentinië, om aanwezig te zijn bij de Palermo Open, hét polotoernooi van de wereld. In het begin van het nieuwe jaar komt hij weer terug en treft zijn voorbereidingen voor het nieuwe poloseizoen in Nederland. Altijd met Polo Brabant op zijn kalender, hét polotoernooi van de Benelux. 

Robert woont al sinds 1988 in Nederland maar zijn tongval verraadt een Argentijns tintje: “Ik ben in Argentinië opgegroeid.” Zo kreeg hij dus de liefde voor polo met de paplepel ingegeven: “Klopt, al van kleins af aan. Als jongetje leefde ik op een boerderij in Argentinië. Op zondag ging ik met vrienden naar een boer waar die dag een polowedstrijd was, om te spelen en daarna te barbecueën; dat was ons weekend.” Toen Argentinië moeilijke tijden beleefde, verhuisde hij terug naar Nederland. 

Paarden 
Tegenwoordig combineert hij zijn reislust met werk in het luchtvervoer van paarden: “Naast polopaarden ook Friese, spring-, dressuur- en racepaarden van en naar wedstrijden, waaronder ook Olympische Spelen. Het luchtvervoer is een echt specialisme. Paarden gedragen zich anders op tienduizend meter hoogte, zo gevoelig zijn ze. Ze zijn dan bovendien in een onbekende omgeving, ervaren geluiden, andere luchtvochtigheid en snelheid.” 

Polo voorop
Maar het liefst praat Robert over polo. Hij kijkt er elk jaar naar uit; een maand in ‘zijn’ Argentinië, om het grootste polotoernooi ter wereld te beleven: de ‘Campeonato Argentino Abierto de Polo’ (de open Argentijnse clubkampioenschappen) die vele tienduizenden toeschouwers trekt. Robert: “Er wordt een maand lang elk weekend op het hoogste niveau gespeeld.” Hij is dan ook vaak te vinden in het Campo Argentino del Polo uit 1928 in Buenos Aires. Dit is het belangrijkste polostadion van het land, ook wel bekend als ‘The Cathedral of Polo’.

‘ALLES WAT IK DOE IS POLO, POLO EN NOG MEER POLO’

Zelf polo spelen doet hij niet, grinnikt hij: “Was het maar waar. Ik ben nu 63, mijn amateur-polodagen zijn lang geleden. Er is veel fysiek contact in deze sport, en je moet een goede conditie hebben.” Zijn polohart is desondanks nog steeds groot: “Mijn leven is polo. Alles wat ik doe is polo, polo en nog meer polo.” Zijn ‘gekkigheid voor polo’, zoals hij zelf zegt, stamt al uit zijn vroegste jeugd: “In Argentinië is polo natuurlijk dé sport. Daar is het ook gemakkelijker te spelen dan hier in Nederland; het klimaat, grote boerderijen, minder duur. Hier ben je seizoensgebonden, daar is het altijd mooi weer. Bij de Palermo Open komen evenveel toeschouwers als hier in een vol voetbalstadion, zo populair is de sport daar. Aan het einde van het jaar is de hele polowereld daar; voor een week, twee weken of langer.” Hij ontmoet er dus veel bekenden? “Jaaa, dat zeker. Ook de tien-twaalf Nederlanders die elk jaar gaan. We zijn altijd samen.” 

Familiebedrijf
Ook via het familiebedrijf is hij dagelijks actief in en betrokken bij polo. Van Santen & Van Santen werd opgericht in 1956 door twee gepassioneerde vrienden en ontwikkelde zich tot toonaangevend leverancier. Robert: “We voeren ons eigen label in eersteklas lederen polo-uitrusting en exclusieve kleding. We hebben zadels, helmen, laarzen en mallets, dus alles wat een polospeler nodig heeft voor zichzelf en het paard.”

Sinds medio jaren tachtig voert hij ook het authentieke lifestyle-kledingmerk voor mannen, waarin hij zijn passie voor polo combineert met zijn expertise in de mode-industrie: “We hebben alles op voorraad in Nederland en laten ook artikelen maken voor speciale klanten naar gelang hun wensen. We hebben een fysieke winkel met showroom op Polo Club Vreeland, we bezoeken toernooien in Duitsland, België en Nederland; maar we verkopen het meeste via internet.”

Zo is Robert altijd bij Polo Brabant: “Vanaf het begin! Het is één van de beste toernooien, zo niet hét beste toernooi van Nederland. De organisatie van de broers is fantastisch. Ik zie elk weekend een toernooi, dus ik kan het goed vergelijken en Polo Brabant is echt representatief. Iedereen wil er heen omdat het zo goed georganiseerd is. Alles klopt. Ik voel me er thuis.”