Interview Pablo van den Brink: ‘Polo is up and coming’

Pablo van den Brink groeide op met paarden. Vanaf zijn jongste jaren reed hij door de bossen die aan de stoeterij van zijn ouders grenzen, was actief in de springsport en deed wat aan dressuur. Tot de dag dat hem een mallet in de hand werd geduwd. Hij was direct gegrepen door de polosport en zijn talent bleek groot. Toch koos hij niet voor een full time carrière in de sport. Maar spijt heeft hij niet. ‘Polo is mijn passie, als het echt werk zou worden beleef je de sport toch anders.’

 

Samen met generatiegenoten als Aki van Andel, Edward de Kroes en zijn broer Christiaan maakt Pablo van den Brink deel uit van de huidige lichting topspelers van Nederland. Hij speelt grote toernooien in binnen- en buitenland. Als semi-prof is dat echter wel passen en meten. Naast het intensieve bestaan als polospeler heeft hij een veeleisende baan als zelfstandig consultant op het gebied van managementvraagstukken binnen de medische sector. De vraag is hoe hij die twee werelden met elkaar combineert.

‘Dat is niet altijd gemakkelijk natuurlijk. Maar wat helpt is dat ik een gedreven persoon ben, zowel in mijn werk, als op en om het poloveld. Ik zou de polosport niet kunnen laten en ben erdoor gegrepen sinds het moment dat er een mallet in mijn hand werd geduwd om het eens te proberen. Polo is voor mij de meest complete sport die er bestaat. Paarden, een team en een balletje; een combinatie van alles wat ik zoek. Jammer genoeg kan ik er nu niet meer voldoende uren insteken om mijn niveau te halen. Mijn werk zit wat dat betreft in de weg. Ik train gemiddeld zes uur per week. Mijn handicap was drie, nu is dat twee. Tegelijkertijd is de passie onverminderd groot. Ik kijk er dan ook naar uit om de trainingen en wedstrijden weer volop in te gaan.’

Dankbaar

Toen Van den Brink veertien was en zijn talent een vaststaand feit, stond hij voor een belangrijke beslissing. Koos hij voor het najagen van een bestaan als professionele speler of een maatschappelijke carrière? Zijn ouders hielpen hem in zijn besluit.

‘Hoewel polo onze familiesport is, was van het begin af aan duidelijk dat ik mijn eigen boontjes hoe dan ook zelf moest doppen. Dan ga je toch nadenken over de risico’s. Wil je er je beroep van maken dan moet je toch bij de absolute top horen, de beste van de wereld. En dan nog moet je een flinke dosis geluk en andere kwaliteiten hebben om het te maken. Het vooruitzicht was te onzeker. Natuurlijk begrijp je als kind die houding van je ouders niet altijd en zou je het liefst zien dat ze je polobestaan volledig sponsoren. Achteraf ben ik ze er dankbaar voor. Het heeft me gevormd als mens, dus ook als speler. Bovendien reis ik nu ook de wereld rond en maakt polo een belangrijk deel uit van mijn leven.’

 

Verlies

Van den Brink: ‘Bij het samenstellen van een team zoek je naar een balans en kijk je naar de individuele kwaliteiten van de spelers. Het is een puzzel waarbinnen ik, afhankelijk van het team, op meerdere plekken tot mijn recht kan komen. En ik kan daarbij niets anders dan alles geven. Ik ben enorm fanatiek, maar ook een realist. Als het andere team beter was kan ik verlies goed accepteren. Als het komt omdat ik zelf niet goed heb gespeeld, hoef je de eerste tien minuten na de wedstrijd niet bij me aan te komen. Ook dat maakt deel uit van mijn passie voor deze sport, die volgens mij overigens een mooie toekomst heeft in dit land. Natuurlijk zie je onder druk van de recessie sommigen hun poloactiviteiten op een laag pitje zetten of zelfs helemaal stoppen. Aan de andere kant leven we in een land met zo’n 400.000 paarden op 16 miljoen mensen en heeft Nederland de grootste paardendichtheid van Europa. En polo is up and coming. De kans om er iets moois van te maken en de sport echt op de kaart te zetten is dan ook groot.’

 

Polo Paspoort:

Woonplaats: Amsterdam

Startte met polo: op twaalf jarige leeftijd

Handicap: 2

Grootste prestatie: tweede plek op het EK in Rome (2002)

Type speler: aanvallend

Droom: spelen op het heilige gras van Palermo, Buenos Aires

Beste paard: ‘Tremenda. Als ik op haar rijd is het niet Pablo en Tremenda, maar een eenheid. Ze is ze een verlengstuk van mijzelf, explosief en wendbaar, een natuurtalent. Op haar hoef ik niet na te denken, alles gaat intuïtief.’