Door Marcel van Dijk:

Oogenlust is sinds drie jaar Polo Brabant partner. Een openhartig gesprek met oprichter Marcel van Dijk, die samen met echtgenote Monique en zoon Wim dit creatieve bedrijf aanvoert.

De rol van Oogenlust tijdens Polo Brabant is een bijzondere: de sfeermakers uit Eersel zijn niet alleen sponsor en leverancier maar ook fan. Marcel: “Polo Brabant is uniek in de regio en Eeckenrhoode is een mooi landgoed. Onze hele doelgroep – tout regio Eindhoven – is daar, vooral bij het feest op zaterdagavond. Ze komen misschien niet allemaal voor de polosport maar ik weet wel dat ze zich in het dagelijks leven begeven in een lifestyle die daar bij hoort. De clientèle is geïnteresseerd in wat wij doen, de sfeer op Polo Brabant en dat is ook onze insteek. Het zijn de ingrediënten waarom we meedoen.”

Signatuur
De kwaliteit en het niveau van Oogenlust passen hier dus bij? “Ja! Er zijn veel redenen om de aankleding niet te doen. Polo Brabant is bijvoorbeeld midden in onze állerdrukste tijd van het seizoen. Ook groeien we momenteel behoorlijk, dus investeren en sponsoren zou eigenlijk niet meer nodig moeten zijn. Maar aan de andere kant: Lei en Lukas zijn twee eigenwijze cowboys waar wij bij passen. Het knettert soms ook echt, maar zonder wrijving geen glans. Soms staat onze elastiek op de maximale spanning en dan heb je ooit een discussie. Die is gezond. Als wij een evenement aankleden, vinden wij het belangrijk dat het de signatuur van Oogenlust heeft. Lei heeft een creativiteit die ik zeer waardeer en heeft daar soms een andere mening over. Maar als wij zoveel energie stoppen in een evenement, dan mogen gasten bij binnenkomst wel zien: ‘verrek, Oogenlust heeft weer uitgepakt’. In dat gezonde spanningsveld zitten we altijd, en dat is niet verkeerd.”

Wat levert het Oogenlust op? Marcel grinnikt: “Dat is een moeilijke vraag voor iedereen, ook die thuis zijn in marketing en communicatie; het is lastig meetbaar. Misschien maar goed ook; anders zou ik misschien niet meer meedoen óf op alle polo’s in Nederland acteren. Volgend jaar bestaan we veertig jaar en al die tijd doen we vijftig procent van onze activiteiten op het Fingerspitzengefühl; vinden we het iets of niks? Wanneer Wim, Monique en ik het iets vinden, dan doen we het, zo ook deelname aan Polo Brabant. Daar gaan we dan echt geen statistieken langs leggen of metingen op doen.”
Dat wil niet zeggen dat alles altijd goed gaat: “Ook wij hebben missertjes gemaakt en geïnvesteerd in zaken die niets opleverden. Dat we veertig jaar bestaan is te danken aan dat we geen enkele concessie aan kwaliteit hebben gedaan, en niet aan de Oogenlustsignatuur. Ja, daar hebben we de eerste jaren droog brood door gegeten.”
Maar met die drijfveer heeft het familiebedrijf wel iets neergezet waar je U tegen zegt: een oogstrelend domein in Eersel, een internationaal en succesvol opererend bedrijf en een klinkende reputatie. Marcel: “Inmiddels doen we vijf tot acht evenementen per week, allemaal in het hogere segment. En door heel West-Europa. Ik heb net de planning geraadpleegd; afgelopen donderdag acteerden we in acht verschillende landen. Daar ben ik trots op. We hebben rond de vijftig mensen in vaste dienst en tien-vijftien vaste freelancers met wie we samenwerken. Als ik omreken naar FTE’s komen we wel op 55 omdat iedereen hier meer dan veertig uur werkt.”

Tweede generatie
Beoogd opvolger en zoon Wim – Marcel en Monique hebben vijf kinderen – heeft daarmee grote schoenen te vullen. “Hij zit met Monique en mij in het managementteam en heeft voor een derde de verantwoordelijkheid voor het bedrijf. Dat gaat langzaam groeien. Monique en ik willen nog een jaar of vijf de kar trekken. Daarna willen we geen verantwoording meer dragen maar wel betrokken blijven. Dan kan hij mij vragen: ‘Pa, zou je dit voor me willen doen?’ Dat doe ik dan met alle liefde en plezier maar ik loop niet meer rond als eindverantwoordelijke. Ik vind Wim daar rijp voor. Hij is capabel, daadkrachtig, past goed op de winkel. Kortom: directeur waardig”, deelt Marcel een fikse pluim uit. “Zonder dat vertrouwen hadden we dit domein vijf jaar geleden niet gebouwd. Dan hadden we de keuze gemaakt om het iets rustiger aan te gaan doen. Maar ik had toen al het gevoel dat Wim zoveel passie, drive en energie heeft dat hij dit kan. Hij is nu 34, over vijf jaar ben ik 65 en heb ik 45 jaar de kar getrokken. Dat is genoeg.”
En dan; andere dingen doen? “Nee, want ik heb het mooiste beroep dat er bestaat. Maar dan ga ik dingen doen onder auspiciën van Wim. Monique en ik werken nu nog vijftig-zestig uur per week. Met alle plezier, want ik kom op de mooiste plekjes van Europa, we mogen de mooiste feesten aankleden en we hebben de mooiste gasten. In onze winkel komen allemaal mensen die genieten van wat wij doen. Maar dan wil het toch wel iets rustiger aan gaan doen, terug naar dertig of twintig uur.”

Oogenlust en Polo Brabant
Oogenlust en Polo Brabant
Oogenlust en Polo Brabant

Voorlopig is van rustig aan doen geen sprake. “In 2018 hadden we twintig procent groei, dit jaar weer. En dat voor een bedrijf dat niet op omzet maar op kwaliteit stuurt”, becijfert Marcel. Zijn klanten eenmaal binnen geweest, dan komen ze dus terug? “Ja. We hebben het idee dat we een duur imago hebben. Maar dat zijn we niet als men ons eenmaal heeft zien acteren. Als opdrachtgevers zien met welke passie en detaillering we een evenement aankleden, hoeveel uren we maken, wat er gedaan moet worden voor het eindresultaat, dan begrijpen ze het kostenplaatje.”

Maar het gaat niet eens alleen om de centen, benadrukt Marcel: “Wij genieten van ultieme schoonheid. Daar willen we opdrachtgevers en hun gasten van laten meegenieten. Dat doen we vooral ook voor onszelf. Als ik een foutje zie of iets dat nét niet klopt, dan rijd ik met een rotgevoel naar huis. Dat is ook mijn mankement, Wim heeft dat gelukkig iets minder en dat maakt het leven iets gemakkelijker. Wim zegt dan: ‘Pa, we hebben een 9½ gescoord’. Ik ga altijd voor de 10. Wim heeft trekken van Monique en mij. Zonder Monique aan mijn zijde had dit er nooit gestaan. Minimaal de helft van dit succes is haar kwaliteit.”
Wim werkt sinds zijn twintigste in het Wim van Dijk bedrijf, vertelt Marcel: “Hij heeft eerst moeten rijpen. Hij wilde niet op een ander adres gaan werken, ondanks stages in Londen en elders: ‘Ik krijg nergens de mix zoals bij jou en die ik zo leuk vind’. En die mix bestaat uit korte tijdspaden, hoge prestaties, de mooiste gebouwen en een professioneel team van mensen. Ik zeg niet dat we de beste zijn, maar wel uniek. Daarom wilde hij per se thuis werken.” Dat was prima, maar dan wel onderaan: “Het hele bedrijf doorlopen. Hij begon als vrachtwagenchauffeur en opbouwer. Na enkele jaren werd hij projectleider van de kleinere projecten, daarna medewerker en leider van de grotere en nu heeft hij alle projectleiders onder zich. Hij is verantwoordelijk voor de operatie.
Ik voor de sales, kwaliteit en creativiteit en Monique voor financiën, marketing en HR.” Dat moet Wim dus straks allemaal gaan doen: “Daarvoor bouwt hij nu al een team om zich heen met die specifieke kwaliteiten. Hoe hoog ik hem ook inschat, hij kan nooit alleen Monique en mij vervangen. Dan heeft hij ook geen leven.” Ook hier geldt weer; zonder wrijving geen glans: “Hij heeft een visie voor het bedrijf, wij ook, en soms botst dat. Ik had eens een goed gesprek met Peter Wennink (CEO van ASML – red.) en die zei: ‘Marcel, als jouw zoon het bedrijf overneemt, dan moet je hem zelf zijn team laten bouwen’. Dat hebben we goed in onze oren geknoopt. Als er mensen worden aangenomen, dan moet Wim zijn zegen geven want hij gaat met hen verder; dat wordt zijn team. En daarin zitten kwaliteiten die kunnen doorgroeien naar directieniveau, en anders worden die extern aangetrokken.”

Geen trends
Marcel blikt terug op een geslaagde Polo Brabant 2019-editie: “Mooi was het dat het dit jaar wéér makkelijker verliep in de opbouw dan het jaar ervoor. Je voelt elkaar steeds beter aan, kunt elkaar aanspreken op gedane beloftes. Dat is een fijne mix. We hadden beter gekeken naar de vorige keer; leermoment. Ik was er zelf niet, Wim wel en die zag veel bekende gezichten. Dat wil zeggen dat mensen per se willen komen. Er is ruimte om het initiatief nog breder te ondersteunen in de regio; dat zie ik wel. Ondernemers kunnen zich royaler profileren. Misschien mag of kan het publiek iets verschuiven, mag er een andere draai komen, maar aan de andere kant; ik houd van tradities, en die zijn goed. Ik ben onder de indruk van de catering. Er werd op goed niveau gekookt; fijne hapjes, niet te groot. Dat is goed voor elkaar. Ik kom ook wel eens op een feestje waar moeilijk te eten hapjes zijn; wel lekker, maar zo groot. Geknoei! Ik kan me ontiegelijk ergeren aan zo’n domme wrap die dan ook nog openvalt en zonder servetje; dan zie je mensen klungelen. Dat zul je bij Polo Brabant niet meemaken, dat hebben Lei en Lukas voor elkaar. Zij begrijpen dat. Dat siert hen. En daar kan ik van genieten. Dat maakt Polo wat het is.”

En dat is de gekende Oogenlust-kwaliteit waar Marcel voor staat: “Die herken ik, en ik zie álles. Verschrikkelijk. Maar ik kan er ook van genieten én leren, hoe iets anders zou moeten.” Hij leert nog steeds: “Ik voel me ook 18. We rollen nergens hapklaar naar binnen, zo van ‘dat doen we even zus of zo’. Oogenlust is altijd op zoek naar de uitdaging, zoekt het randje op van wat we kunnen net zoals Lei en Lukas .” En nee, hij houdt daarbij geen rekening met trends: “Daar geloof ik überhaupt niet in. Trends zijn in hun algemeenheid de grootste vervuiler op onze aardbol. Ik bedoel: constant die gekke vernieuwing en afscheid nemen van het andere goede om het maar anders te doen, dat kan er bij mij niet in. Wij denken in sferen, dan weer modern, dan weer klassiek, dan weer romantisch. Ikea heeft nu duurzame spullen maar was een vervuiler omdat mensen spullen wegknikkerden en nieuwe kochten. Dat waren de trends. New pink, yellow ananas; er was altijd wel een naampje voor en iedereen holde erachteraan en gooide spullen weg. Alles dat wij verkopen is niet trendgevoelig. Daar mag iedereen mij op aanspreken; alles dat we verkopen blijft zijn schoonheid behouden en is over tien jaar nog mooi. Daarom zijn we ook niet duur; je koopt iets voor het leven. Dat is pas echte duurzaamheid. We zitten niet voor niets op een domein waarvan we vijf hectare terugbrengen naar de oorspronkelijke biotoop. Kom bij mij dus niet aan met die vervuilende trends. Bordjes moeten terug in de kast om opnieuw gebruikt te worden, en niet in de prullenbak. Ik geloof ook in sferen in eten. Dat we nu vegetarischer eten om de wereld een beetje te redden, is geen trend; dat is een beweging.”

Volgend jaar is Oogenlust dus weer van de partij? “Ja, die intentie is wederzijds en uitgesproken. Dan wil ik graag een camera op een paal neerzetten om meer respect te creëren voor ons werk en dat van Polo Brabant. Van de eerste rijplaten en opbouw van de tent, alle aanvoer tot en met de breakdown; dat je ziet wat voor een operatie het is. Dat sponsors en sympathisanten zien: jeetje, wat een werk! Zou gepast zijn. Het is elk jaar anders; dat houdt het leven leuk!”

Oogenlust en Polo Brabant
Oogenlust en Polo Brabant
Oogenlust en Polo Brabant
Meer nieuws