POLO SPELREGELS

||SPELREGELS
SPELREGELS 2017-10-24T15:44:03+00:00

Het is een fraai gezicht die over het veld razende, wendbare paarden tijdens een polowedstrijd. Klapperende hoeven, rondvliegende graspollen, stoere mannen met een mallet (stick) in de ene hand en de andere aan de teugels. Spektakel! Wat moet je weten als je naar een polowedstrijd kijkt tijdens POLO BRABANT?

Polo bekent bal in het Indisch en is één van de oudste balsporten. De eerste gedocumenteerde wedstrijd werd rond 600 voor Christus gespeeld tussen adel en Koninklijke familieleden van Meden en Perzen. Vandaar dat polo ook wel ‘the Sport of Kings’ wordt genoemd. Winston Churchill zag de sport in India en was verknocht. Hij schreef zijn moeder: ‘Langer dan een paar dagen kan ik niet zonder. Geen uur van het leven is verspild als je het in het zadel doorbrengt.’

Het veld
Het poloveld van BRABANT POLO in Waalre is bijna vijf keer zo groot als een voetbalveld: 270m bij 180m. Er wordt gespeeld met twee teams van vier spelers. Doel van het spel is de bal over de lijn tussen de doelpalen van het concurrerende team te slaan. De doelpalen staan 8 yards (7,32 meter) uit elkaar en moeten om kunnen vallen als een speler er met zijn paard tegenaan rijdt.

Het team
Een team heeft twee aanvallende spelers die op doel schieten, één die uitsluitend verdedigt en één speler die als spelverdeler de spil tussen aanval en verdediging is. Er is geen keeper. Het niveau van polospelers wordt, net als bij golf, aangegeven met een handicap: variërend van -2 tot 10 waarbij de ‘10-goalers’ tot de beste in de wereld behoren.

Wedstrijd
Het spel begint! Alle spelers van de teams staan in het midden van het veld opgesteld, de scheidsrechter gooit de bal tussen beide teams en de wedstrijd begint. Een speler mag de slag van de tegenspeler verhinderen door de mallet in de slag van de tegenstander te houden (‘hook’) of de stick van de tegenstander weg te slaan. Een mallet is meestal gemaakt van een bamboeschacht met een kop van hardhout. Polo kent 14 verschillende swings of slagen, de bal kan aan beide zijden van het paard achter- of voorwaarts geslagen worden. Bij een wedstrijd op gras worden witte polo ballen van plastic of hout gebruikt.
Een polowedstrijd bestaat uit vier chukka’s van zeven minuten zuivere speeltijd.  Als de scheidsrechter fluit, wordt de tijd stilgezet totdat het spel weer hervat wordt. Dertig seconden vóór het einde van een chukka klinkt een bel, net als aan het eind.

Het paard
Polopaarden zijn volbloeden of driekwart volbloeden en worden geselecteerd op draagkracht, snelheid en uithoudingsvermogen. De ‘nearside’ is de linkerkant van het paard, de ‘offside’ de rechterkant. Voor iedere chukka wordt een ander paard gebruikt. Om de paarden te beschermen dragen zij, net als hun berijders, beenbeschermers.

Scheidsrechter
Umpire is de naam voor de scheidsrechter. Bij de meeste wedstrijden is er één scheidsrechter aanwezig, bij een belangrijke (finale) wedstrijden twee. Deze umpires in het veld zijn mounted, ofwel te paard. De referee is de tweede of derde man buiten het veld en beslist bij een dispuut tijdens de wedstrijd. Achter de goals staan goaljudges die met vlaggen aangeven of er gescoord is.

Enkele spelregels:
Penalties of fouls: Bij een overtreding (foul) wordt er een vrije slag toegekend. De plaats en afstand tot de goal van de vrije slag wordt bepaald aan de hand van de plaats en de ernst van de overtreding.
Sudden death: Bij gelijk, en dus onbeslist, spel kan een extra chukka gespeeld worden, waarbij de eerste goal de winnaar bepaalt.
Treading in: Het publiek wordt tijdens de break gevraagd om de pollen in het veld plat te stampen.

Kijk voor meer spelregels hier: The Groundrules of Polo