Het begin 
Mijn polo-verslaving begon nadat ik een aantal clinics van Aki van Andel en Luis Duggan had gevolgd. Met de eerste eigen polopaarden ontstond Waalre Polo Club. Dit klinkt wat simpel, maar het was een proces waar we in rolden en natuurlijk elke dag enthousiaster over werden. Ook mijn broer Hubert reed en had paarden. Samen trainden we en er kwamen leden bij zoals Bart en Annelot Vinken en Teun Swinkels. Dit was het startpunt. Als eigen poloclub waren we op een gegeven moment zo ver dat we zelf ook clinics gaven en mensen enthousiasmeerden polo-les te komen nemen. Met een echt clubhuis erbij werd alles groter en professioneler. 

Wat ik op de club doe als manager? 
Een belangrijke taak van een clubmanager is mensen, Argentijnse grooms, aansturen om ervoor te zorgen dat de paarden verzorgd en getraind worden. Ieder paard eet een andere combinatie van hooi en brokken of ander eten. Heel belangrijk hierbij is het bijhouden van het terrein en met name het poloveld. Polo is geen eenvoudige sport. Om met de bal in de buurt van de tegengoal te komen, moeten de spelers de bal, hun paard, medespelers en de tegenstander in de gaten houden. De paarden sprinten met zestig kilometer per uur over het veld. En dit veld moet zo er zo strak mogelijk bij liggen. Gaten en bobbels kunnen extreem gevaarlijk zijn. Daarnaast moeten de paarden getraind worden. Dit is een dagelijks ritueel. Gewoon met ze lopen, rijoefeningen uitvoeren en spelsituaties trainen. Het materiaal moet ook allemaal goed verzorgd en dus regelmatig gepoetst worden. 

Logistieke uitdaging 
Voor een toernooi regelen we andere teams en spelers. Per team (vier spelers) gaan er ongeveer twintig paarden mee naar een toernooi. Als je dit uitrekent, betekent dit dat bij een toernooi waar vier teams voor inschrijven er minimaal voor tachtig paarden overnachting geregeld dient te worden. Je kunt je voorstellen dat dit een logistieke uitdaging is. En daar komt nogal wat werk bij kijken. Want ook deze paarden moeten allemaal weer verzorgd worden. 

Winter versus zomer 
In de winter is het hier een stuk rustiger, dan gaan de paarden lekker de wei op en kunnen ze zich zeven maanden lang helemaal vol eten. Er wordt dan ook niet gespeeld en zoals wij het altijd gekscherend zeggen: ‘ze genieten van hun vakantie’. Je ziet de paarden groeien en ze worden ook bijna onherkenbaar door de dikke vacht die ze krijgen en het aantal kilo’s dat ze aankomen. Het is daardoor in het begin van het seizoen altijd een opgave om ze weer netjes fit in het gareel te krijgen. Alhoewel, dat is leuk om je te realiseren, je altijd goed merkt dat ze er erg veel zin in hebben. Want in het begin van het seizoen zijn de paarden zelf extra fel ten opzichte van het einde van een poloseizoen.